zaterdag 14 mei 2011

Debat over shoppingcentra: ‘Stop de megalomanie’

Op de studiemiddag over shoppingcentra in en om Brussel was iedereen het er afgelopen donderdag over eens dat de gewesten dringend overleg moeten plegen en een visie moeten ontwikkelen. “In Brussel zijn er nog amper vrije lapjes grond. Laten we daar toch iets doordachts en duurzaams mee doen,” zegt vakbondsvrouw Myriam Gérard.

Dit artikel verscheen in Brussel Deze Week van 12 mei 2011 (c) Betinna Hubo - Brussel Deze Week


M yriam Gérard is secretaris van het ACV in Brussel en woordvoerster van het Interregionaal Platform voor Duurzaam Economisch Beleid. Daarin zetelen ook ACV Halle-Vilvoorde, Bral, Inter-Environnement, de Bond Beter Leefmilieu, Unizo Brussel en Vlaams Brabant en de Union des Classes Moyennes – het middenveld, dus.

Het platform werd vorig jaar opgericht naar aanleiding van de min of meer ver gevorderde plannen voor verschillende prestigieuze shoppingcentra in het noorden van Brussel. In Laken worden Just Under the Sky en het Heizelproject Neo voorbereid, in Machelen Uplace. Megalomane projecten die zonder globale visie en zonder intergewestelijk overleg uitgetekend worden, zegt het platform. “Stimuleer eerst de handel in de binnenstad. Daar is de ruimte vaak onderbenut. Zo werk je ook geen mobiliteitsstroom en onnodige verplaatsingen naar de periferie in de hand.”
Shoppingcentra moeten kunnen, maar dan in het centrum en op mensenmaat, zoals de Galerie Anspach en de Guldenvliesgalerij.

Ook Hugues Duchâteau van het studiebureau Stratec is die mening toegedaan. Winkelcentra aan de rand van een stad, waar iedereen met de auto naartoe moet, zijn niet meer van deze tijd. “Het concept Uplace is passé. Zoiets was goed in de jaren 1980, nu niet meer.” Maar hij waarschuwt ook. “Alleen als het openbaar vervoer vanuit het hinterland en in de stad flink verbetert, zal de handel in het centrum van Brussel groeien en floreren.”
Alles staat of valt met mobiliteit en goede bereikbaarheid, vindt ook Peter Haegeman van Comeos, de federatie voor handel. “Ik ken geen enkele handelaar die zich in een moeilijk bereikbaar centrum gaat vestigen of zin heeft om mee te werken aan een verkeersinfarct.”

Taalstrijd
Het is dan ook nog maar de vraag of al deze projecten die nu op papier bestaan, ook daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden. Volgens Haegeman hebben de handelaren – hoewel ze gesteld zijn op hun vrijheid – dringend behoefte aan een duidelijke visie van de overheid op de stad en de handel.
En die overheidsvisie, die ontbreekt vandaag volledig. Ook is er totaal geen samenwerking tussen de gewesten, zegt Tim Cassiers, sociaal geograaf aan de VUB en de K.U.Leuven. “Integendeel, er is grote concurrentie. De internationale uitstraling van Brussel schept kansen voor een shoppingcentrum. Maar Brussel en Vlaanderen proberen die kansen van elkaar af te snoepen. Terwijl er, alleen al voor de mobiliteit, samen afspraken moeten worden gemaakt. De intenties zijn goed, op papier is er samenwerking, maar in realiteit komt er allemaal weinig van terecht.”
Hoe dat komt? Cassiers noemt enkele redenen: historische spanningen tussen de gewesten, de taalstrijd, Vlaanderen dat economisch veel sterker staat en niet aanvaardt dat Brussel de motor van een gezamenlijk project zou zijn. Hij juicht dan ook toe dat het Brusselse middenveld en ook de werkgevers wel bereid zijn om over de gewestgrenzen te kijken.

Kansen ruiken
De projectontwikkelaars dan. Het platform had er enkele uitgenodigd die ervaring hebben met commer­ciële centra in de binnenstad. Zo was AG Real Estate aanwezig, eigenaar van Galerie Anspach en City 2, dat nu ook het Muntcentrum gaat renoveren.
Voorts was er Pierre Iserbyt van City Mall, gespecialiseerd in winkelcentra in hartje stad. “In de binnenstad zijn shoppingcentra nodig omdat de beschikbare winkeloppervlakte te klein is voor een aantal merken,” zegt hij. City Mall bouwde het succesvolle K in Kortijk en werkt nu aan stadsprojecten in Namen en in Verviers. Zijn devies: maak van zo’n shoppingcentrum ook architecturaal iets interessants en zorg dat het past in de buurt.

Maar natuurlijk, vastgoedontwikkelaars gaan overal waar ze kansen ruiken. De plannen voor Uplace kunnen Iserbyt niet bekoren. Onder de Ring in Machelen, “een plek met nul mobiliteit”, wil hij niet investeren. De Heizel heeft wel zijn belangstelling – maar niet om er het zoveelste shoppingcenter neer te poten. “De Heizel is alleen interessant als je er iets bijzonder laat gebeuren. Een groot internationaal shoppingcenter, iets als Westfield in Londen. Je steekt daar geen Zara, C&A of H&M in, maar originele merken. Ik heb een lijst met meer dan tweehonderd interessante Europese merken die in België nog geen voet aan de grond hebben.”
En wie zou daar dan komen kopen? “Als het echt een internationale shoppingmall wordt, aangevuld met een congrescentrum, een concertzaal, een hightech bioscoop en een hotel, dan reikt je klantenpotentieel tot ver in Europa. Met de hogesnelheidstrein ben je tegenwoordig zó in Brussel. Ik reken op dertig miljoen potentiële klanten.”

Maar als het aan het Interregionaal Platform voor Duurzaam Economisch Beleid ligt, dan zal er op de Heizel nooit een shoppingcenter verrijzen. Hun boodschap na afloop van de studiemiddag was duidelijk: stop de politiek van megalomane, perifere shoppingcentra.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten